Links / Bescherming /
Wetten en richtlijnen FochteloŽrveen


Natuurbeschermingswet
De Natuurbeschermingswet regelt de bescherming van gebieden die als staats- of beschermd natuurmonument zijn aangewezen. Deze juridische status geeft een extra bescherming aan bijzonder waardevolle en kwetsbare natuurgebieden. Het belangrijkste onderdeel van de wet is dat er een aparte vergunning nodig is voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor het natuurmonument. Het maakt daarbij niet uit waar die activiteiten plaatsvinden, dat kan zowel binnen als buiten het natuurgebied zijn (de zogenaamde 'externe werking'). Op dit moment is ongeveer 300.000 ha natuurgebied aangewezen als staats- of beschermd natuurmonument.

Passende beoordeling
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe Natuurbeschermingswet is dat er geen vergunning gegeven mag worden voor handelingen of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de kwaliteit van de habitats van soorten waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er schadelijke effecten kunnen optreden, dan dient de initiatiefnemer een 'passende beoordeling' te (laten) maken.
Dat betekent een onderzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebben voor datgene wat bescherming geniet.

Vogel- en Habitatrichtlijn
Het FochteloŽrveen valt onder de Vogel- en Habitatrichtlijn.
De EG-richtlijn inzake het behoud van de vogelstand (79/409/EEG, 2 april 1979), die meestal wordt aangeduid als "Vogelrichtlijn", is op 6 april 1981 in werking getreden. Het is een Europese richtlijn die betrekking heeft op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten van de Europese Unie. Zij betreft de bescherming, het beheer en de regulering van deze soorten en stelt regels voor de exploitatie daarvan. De richtlijn is van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en hun leefgebieden.

De Lidstaten zijn verplicht alle nodige maatregelen te nemen om de bedoelde vogelsoorten een voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen.

Verplichtingen
Voor de leefgebieden van de bedreigde en kwetsbare soorten vermeld in Bijlage I van de richtlijn moeten speciale beschermingsmaatregelen genomen worden, opdat deze soorten daar waar zij nu voorkomen kunnen voortbestaan en zich kunnen voortplanten (art. 4.1). Deze bijlage omvat 181 vogelsoorten (1997), waarvan er in Nederland c. 60 voorkomen. Voor de bescherming van deze soorten moeten de Lidstaten Speciale Beschermingszones (SBZ's, in het Engels: Special Protection Areas, afgekort SPA's) aanwijzen.

Ten aanzien van de niet in Bijlage I genoemde en geregeld voorkomende trekvogels dienen soortgelijke maatregelen genomen te worden (art. 4.2). Hierbij wordt speciale aandacht besteed aan wetlands en in het bijzonder aan wetlands van internationale betekenis. De Speciale Beschermingszones gaan deel uitmaken van het "coherent ecologisch netwerk Natura 2000" zoals neergelegd in de Habitatrichtlijn. Tevens gelden de in de Habitatrichtlijn genoemde instandhoudingsverplichtingen betreffende het voorkomen van verslechtering, het tegengaan van verstoring en een afwegingskader voor de uitvoering van plannen en projecten (art. 6.2.-6.4) ook voor gebieden aangewezen onder de Vogelrichtlijn.

Habitatrichtlijn
De EG-Richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (92/43/EEG van 21 mei werking getreden in juni 1994). Deze richtlijn heeft tot doel bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit door het in standhouden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op het Europees grondgebied van de Lidstaten van de Europese Unie.
De Habitatrichtlijn kan beschouwd worden als de Europese implementatie van het Verdrag van Bern, waarmee destijds de grondslag is gelegd voor de bescherming van wilde dieren en planten en hun leefgebieden in Europa.

De doelstelling van de Habitatrichtlijn is als volgt omschreven (art. 2.1): "bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit door het instandhouden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna ...". Natuurlijke habitats zijn in de richtlijn gedefinieerd als "Land- of waterzones met bijzondere geografische, abiotische of biotische kenmerken, en die zowel natuurlijk als half-natuurlijk kunnen zijn". De te nemen maatregelen beogen "de natuurlijke habitats en de wilde dier- en plantensoorten van communautair belang in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen" (art. 2.2).

Verplichtingen
Over het gehele grondgebied van de Europese Unie wordt een ecologisch netwerk van beschermde gebieden opgezet dat zal worden aangeduid als "Natura 2000". Dit netwerk, dat ook de onder de Vogelrichtlijn aangewezen beschermingszones zal omvatten, moet de betrokken habitats in een gunstige staat van instandhouding behouden of in voorkomend geval herstellen. Dit betreft de habitats en soorten "van communautair belang" die zijn opgenomen in Bijlage I en II van de Richtlijn. De wijze waarop het netwerk van beschermingszones dient te worden opgezet, wordt nauwkeurig in de Habitatrichtlijn beschreven.

Allereerst dienen alle landen een nationale lijst op te stellen van gebieden met de habitattypen van Bijlage I en de soorten van Bijlage II (laatste versie 97/62/EG, Pb EG L305, 8.11.97). Aan de hand van deze nationale lijsten stelt de Europese Commissie, met instemming van de Lidstaten, vervolgens voor elk van de zes biogeografische regio's (Nederland ligt in de Atlantische regio) een lijst op van Gebieden van Communautair Belang. Nadat overeenstemming is bereikt over deze gebiedenlijsten (ťťn voor elke biogeografische regio) zullen deze door de Europese Commissie worden vastgesteld. Vervolgens dienen de Lidstaten de Gebieden van Communautair Belang binnen zes jaar als Speciale Beschermingszone aan te wijzen. Voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn de Lidstaten verplicht de Europese Commissie informatie te verstrekken middels door de Commissie opgestelde Natura 2000-formulieren (97/266/EEG, Pb EG L107, 24.7.97).

Speciale Beschermingszones onder de Habitatrichtlijn in Nederland
Op 21 mei 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de lijst met speciale beschermingszones (habitats) op grond van de Europese Habitatrichtlijn gestuurd aan de Europese Commissie. Deze plaatst de gebieden op een communautaire lijst, waarna de minister van LNV de gebieden definitief aanwijst. Het gaat om 141 gebieden met een oppervlakte van circa 750.000 hectare waarvan overigens 87% van de oppervlakte ook is aangewezen onder de Vogelrichtlijn. De gebieden gaan deel uitmaken van het Europese ecologische netwerk Natura 2000, waar ook de gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn deel van uit maken.


delen






De aankondiging van Lelystad Airport is een nieuwe bedreiging voor het FochteloŽrveen. Gaat het door, dan zeggen we niet alleen de stilte voorgoed vaarwel, maar ontstaat bovendien een uiterst onveilige situatie voor mens en dier.



contact
tags
Bureau De Kraanvogel
FochteloŽrveen 10
8428 RR Fochteloo
0516-588589
Het Waait
Twelloseweg 10a
7439 AS Steenenkamer
0570-618989