Home / Fochteloërveen / Actueel /
Veel jonge grauwe klauwieren


In de winter van 2012/13 staat een deel van het FochteloŽrveld onder water en zijn nestelplaatsen van grauwe klauwier verzopen. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe broedplaatsen rondom het veengebied. In 2013 zijn er 6 paren met jongen geteld en alle paren hadden uitgevlogen jongen.

In het FochteloŽrveen is de grauwe klauwier een zeldzame broedvogel, met 0-3 paar in 1970-2006. In 2007-2012 is er sprake van een toename tot 2-7 paar. De voormalige landbouwgronden met extensieve begrazing zorgen voor variatie in prooidieren. De ecologische verbindingzone loopt vol met struiken en braamstruweel en biedt nestelgelegenheid.

Tot het midden van de vorige eeuw was de grauwe klauwier een broedvogel van het kleinschalige cultuurland en de 'woeste gronden'. In totaal ging het om duizenden paren. Vanaf 1950 is er sprake van een afname van de populatie. De ernst hiervan werd pas goed zichtbaar in de jaren zeventig, toen bleek dat er nog maar 250 paren over waren. Afgelopen jaren is er sprake van een opleving. In 2010 zijn in Nederland 400 broedparen geteld (informatie SOVON).

Grauwe klauwier mannetje in jachtgebied

Alarmerend mannetje, een teken dat er jongen zijn

Tellen
Grauwe klauwieren komen in mei naar het broedgebied. In de broedtijd gedragen paartjes zich stiekem, van mei tot en met augustus worden waarnemingen verzameld. In 2013 zijn alle op het oog geschikte broedplaatsen ťťn tot soms wel tien keer bezocht. Boomtoppen, struiken en braamstruweel worden op een afstand van 100-200 meter bekeken. Alle klauwierenpootjes van de ouders zijn gecheckt op kleurringen. Nesten zijn opgezocht en de jongen geteld. Ook na het uitvliegen van de jongen is een bezoek gepland.

Klauwierenvrouw met flinke daas als prooi

Vijf jongen per nest
In 2013 halveerde het aantal broedparen in het FochteloŽrveld. Op ťťn broedplaats zijn nestbomen en braamstruweel verzopen en zitten geen klauwieren. Op een andere broedplaats staat in het voorjaar een grote plas met water die pas in mei droogvalt. Voor het eerst sinds jaren wordt er niet begraasd op deze plek. Door het hoge water heeft het bodemleven een flinke klap opgelopen. Klauwieren zaten jaren achtereen op deze plek, in 2013 worden ze niet gesignaleerd.

In totaal zijn dit jaar 6 paren met een nest gevonden, twee ervan zitten op geheel nieuwe plekken. De nesten zitten in wilg (3), blauwe bes (1) en meidoorn (1), op anderhalf tot drie meter hoogte. Pas uitgevlogen jongen zijn eind juni gezien in het FochteloŽrveld en begin juli in de Norgerpetgaten. Uit twee nesten vliegt gemiddeld 4,5 jong uit. Begin juli zijn er ook twee nesten gezien, met jongen van 2-4 dagen oud. Hiervan vliegt gemiddeld 5,5 jong uit. Ook de laatste paren broeden succesvol, van deze is het aantal uitgevlogen jongen echter onbekend. De laatste jongen vliegen begin augustus uit. Drie weken na het uitvliegen zit de eerste familie met vier jongen op een kleine kilometer afstand van het ouderlijk nest. Naast paartjes en families zijn enkele solitaire mannen gezien.



Vrouwtje voert uitgevlogen jongen in het FochteloŽrveld, eind juni 2013

Voedsel
Bijna alle broedparen zitten in de buurt van extensief begraasd grasland. Op de broedplaats staan veel bloeiende struiken en planten die insecten aantrekken zoals: vlier, braam, jacobskruiskruid, distel en engelwortel. Geregeld vliegt een grauwe klauwier tientallen meters de lucht in om een insect te grijpen, daarnaast wordt gedoken in hoog gras en worden rupsen, dazen, kevers, vlinders en hommels gegrepen.

Ook daar waar libellen boven water jagen, slaan klauwieren hun slag. De meeste prooien worden gevangen binnen een straal van 50-100 meter van het nest. Op koele, zwaar bewolkte dagen jagen de klauwieren wel 350 meter van het nest.

Pappaís komen van ver
Ondanks dat ze duizenden kilometers op-en-neer naar Afrika vliegen, vestigt slechts 10% zich verder dan 10 kilometer van de geboorteplek. Vrouwtjes zijn avontuurlijker en broeden vaker op grote afstand van de geboortegrond (bron: Stichting Bargerveen).

In het FochteloŽrveen ziet het beeld er in 2013 heel anders uit, met een gemiddelde afstand van 31 km voor drie mannen. Eťn man met gele kleurringen LS spande de kroon. Hij is als nestjong geringd in 2010 in het Bargerveen. In 2012 broedt hij in het Dwingelderveld en in 2013 in het FochteloŽrveen, op 56 kilometer afstand van de geboorteplek. Een tweede man is een nestjong uit de Gasterse Duinen 2011, op 19 km afstand. Het derde mannetje is een nestjong uit het Eexterveld 2012, ook 19 km afstand.



Man geboren in Bargerveen broedt in het Dwingelderveld en FochteloŽrveen

Wat kunnen we komende jaren verwachten?
Met zoveel jonge klauwieren is de hoop dat een deel volgend jaar terugkeert. Aan de oppervlakte broedgebied zal het niet liggen, want dat neemt de komende jaren geleidelijk toe. Plaatselijk wordt bos gekapt en ontstaat geschikt klauwierengebied. Her en der verschijnt braamstruweel en daar houden ze van.

Schaapskuddes op het veen zorgen voor open plekken in het veengebied en ook dat is gunstig. Daarnaast worden voormalige landbouwgronden ingerasterd en extensief begraasd. Allemaal positieve omstandigheden die er op wijzen dat het aantal klauwieren hier de komende jaren gaat toenemen.



delen






contact
tags
Bureau De Kraanvogel
FochteloŽrveen 10
8428 RR Fochteloo
0516-588589
Het Waait
Twelloseweg 10a
7439 AS Steenenkamer
0570-618989